01-04-07

Ontstaan Belgische Post... slot

De Post vanaf 1815 – 1830
Thurn und Tassis die in deze onzekere tijden een kans zag om terug in het postgebeuren te stappen, stelde de geallieerden voor om het beheer van de postdiensten in de bevrijde gebieden waar te nemen.
Het rijk van Turn und Taxis was echter van korte duur, want de nieuwe regering onderleiding van Willem I van Oranje stelde 3 september 1815 definitief een einde aan de opdracht van Thurn und Taxis, waarmee deze voor goed van het posttoneel verdween. In 1815 worden de Belgische posterijen geplaatst onder het gezag  van provinciegouverneurs, onderworpen aan de Generaal –Postmeester der Nederlanden.

De Belgische posterijen
Op 27 september 1830 werd de Belgische posterijen opgericht.
De bevolking werd ervan op de hoogte gebracht door volgende mededeling in het Staatsblad van 1 september 1836:
“Het publiek wordt ervan op de hoogte gebracht dat de landelijke postdienst in werking zal treden vanaf  1 september in de provincie Brabant, en dat vanaf deze datum de briefwisseling zal gelicht worden uit de brievenbussen, welke in elke gemeente geplaatst werden, en ten huize zal besteld worden, alle dagen, in alle arrondissementen van de postkantoren gevestigd in deze provincie”.
De landelijke postdienst voor de postdienst voor de provincie Antwerpen, Oost- en West- Vlaanderen en Henegouwen, trad in werking in oktober van datzelfde jaar. Waar deze eerste brieven van en naar een landelijke gemeenten, d.w.z.
Bovenop de normale posttarieven betaalde men voor brieven van en naar een landelijke gemeente, d.w.z. gemeenten zonder postkantoor, 10 centiem extra port, de zgn. “décime rural” of landelijk deciem, tenzij de gemeente van afzender en van bestemmeling tot hetzelfde postarrondissement behoorde. In dat geval was het port voor een gewone brief van minder  dan 10gr. Slechts 20 cent. En was de extra van 10 cent. niet verschuldigd. Voor brieven waarvan de afzender en bestemmeling in dezelfde gemeente gevestigd waren, was er een verlaagd tarief van 10 cent. De landelijke deciem werd afgeschaft vanaf 1 januari 1848.
In elke gemeente waar geen postkantoor was, werd er in de postbus een stempeltje gehangen. Hij was bevestigd aan een kettinkje. Meestal vertoonde het stempeltje één letter en soms twee in een cirkeltje.
De landelijke postboden moesten elke brief die uit de brievenbussen gelicht werd, een afdruk van deze postbusstempel aanbrengen in de rechterbovenhoek van de brief.Op elke brief die het extra-port van de landelijke deciem moest betalen SR (service rural) aangebracht. Wanneer de landelijke brief besteld moest worden binnen het postarrondissement van het directiekantoor, werd de stempel CA (correspondance de L’Arrondissement) aangebracht ( in de Hollandse tijd was een deciem één stuiver).
In 1836 waren er in België 77 ontvangkantoren en 85 distributiekantoren.  En 400 landelijke postboden voor heel België.
Uit in het reglement Général van het jaar 1845 van de ‘Administation des Postes’ lezen wij bij hoofdstuk III over de kleding en toebehoren:
Art. 98 Wapenschild (kokarde)
De boden, briefdragers, landelijke postboden en boden te voet moeten deze kokarde opgespeld op hun vest of op hun jas aan de linkerkant van de borst. Deze kokarde is in het geel met metaal met in het midden de Belgische leeuw, waarop de woorden “Administration des Postes”.
De eerste Belgische postzegels  10c en 20c, de epauletten, uitsluitend voor binnenverkeer, komen in omloop p 1 juli 1849. Van dat ogenblik af is de Belgische postzegel zijn carrière begonnen.
Op het einde van de 19de eeuw hebben ook de landelijke gemeenten postkantoren.

 

met dank... Hugo Driesen

18:32 Gepost door Pol de postman in geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pol, post, postman, postbode, facteur, geschiedenis |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.