08-12-08

Romantiek in zwart-wit

postbox-bolhoed
"Romantiek in zwart-wit"

Wie is dat? De man die ik over straat zie lopen komt mij niet bekend voor. Zijn zwarte colbertje, zwarte pantalon, bolhoedje en grote snor geven hem een stijlvol uiterlijk. Ik kijk naar beneden over de balustrade en zie hem richting de deur van het dorpscafé lopen. Waarom is hij hier? Ja, hij zal uiteraard iets gaan drinken, maar waarom hier? Waarom nu? Ik zou naar beneden kunnen gaan. Mijn balkon af, de trap af en het de onbekende man gewoon vragen, ware het niet dat er zo ongelovelijk veel te zien is. 

Kijk! Daar komt postbode Jansen. Zijn tas zit weer vol met brieven en pakketjes. Wat zal hij vandaag bezorgen? Zijn post maakt mensen blij, verdrietig, ontroerd, wanhopig, euforisch, melancholisch, weemoedig of één van de vele andere bestaande stemmingen. Laatst nog had hij een brief voor mij. Zelfs de postzegel van vijf cent rook naar het goddelijke parfum waarmee de brief verrijkt was. Waarom was er geen afzender? Misschien heeft hij vandaag weer een brief voor me! Afwachten, hij is nog maar aan de overkant van de straat. 
 
"Postbode Jansen! Postbode! Heeft u nog post voor mij?" Nee, het is mij weer niet gelukt om mijn nieuwsgierigheid te onderdrukken. Gelukkig is de postbode een vriendelijke man en kijkt hij dagelijks of hij er brief voor mij tussen zit als hij langskomt. "Wacht even jongen, ik zal meteen voor je kijken." 
 
"Hij is van mij! Geef terug!" Hé, daar komt de drieling van zeven huizen hiernaast langs rennen. Die jongens lopen altijd te ravotten, maar het zijn nette kinderen hoor. Ik wil nog roepen dat ze op moeten letten, maar het is al te laat. Daar loopt Kees tegen de postbode op. Hoewel, het zou ook heel goed Piet of Jan kunnen zijn, die dekselse jongens lijken zo op elkaar. De postbode laat alle post pardoes op de grond vallen en schrikt zich een hoedje. "Sorry meneer de postbode, ik had u niet gezien" zegt de jongen snel. "Ach jongen, dat geeft toch niets, nu kunnen jullie mij mooi helpen om alle post op te rapen en weer te sorteren. Begin maar bij het laagste nummer, en even en oneven nummers moeten op aparte stapels komen." De drie jongens duiken snel op de grond en beginnen aan het klusje. 
 
Nu moet ik maar even wachten voordat ik weet of er weer een brief voor mij tussen de overige post zit. Gelukkig hoef ik mij hier geen moment te vervelen. Terwijl er in de lucht een wolk in de vorm van een eng monster voorbij komt, lopen daar meneer en mevrouw De Vries. Meneer De Vries is al tachtig, maar nog altijd even kwiek als vroeger. Ook zijn vrouw is nog goed ter been voor haar leeftijd. "Goedendag," roep ik vriendelijk naar beneden "lekker weertje niet waar?" Ik hoor mevrouw iets mompelen. Haha, het is ook elke keer hetzelfde, hoe vriendelijk ik ook doe, het is nooit goed. "De jeugd van tegenwoordig... Blabla..." Hopelijk word ik later niet net als hen. 
 
Ondertussen zijn de jongens klaar met de post en komt Ali aangerend. Hij is de zoon van de slager. Iedereen in het dorp houdt van de slager. Wel jammer dat er geen varkensvlees te koop is, maar het vlees van een lam of een geit smaakt ook prima hoor. De jongens samen richting het dorpsplein. Ali heeft zijn bal mee, ze zullen vast gaan voetballen.
 
Dan komt postbode Jansen naar me toe. "Ik heb een brief voor je! Ik rook hem al in mijn tas, hij moet wel van iemand komen die veel om je geeft. Is het soms de dochter van de hoofdmeester?" Gehaast ren ik naar de trap om zo snel mogelijk bij de postbode te zijn. Ik bedank postbode Jansen vriendelijk, wens hem een fijne dag en ren zo snel als ik kan terug naar mijn balkon.
 
Terwijl de wolk in de vorm van het enge monster aan de horizon verdwenen is en er nu een hartje boven mij zweeft, lees ik met een grote glimlach de mooiste brief uit mijn leven. Langzaam begin ook ik te zweven...

20:17 Gepost door Pol de postman in verhaal | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.